Van de voorzitter: basisschooladvies leidend of lijdend?

16 december 2015

Leerlingen in groep acht zijn vanaf de start van hun schooljaar bezig met de overstap naar de middelbare school. Basis voor deze stap is het advies, dat hun school geeft aan ouders en leerlingen. Tot vorig schooljaar werd het resultaat van de eindtoets voor het uitbrengen van het advies direct gebruikt. Door een wetswijziging is een eindtoets nu wel verplicht, maar deze wordt pas afgenomen, nadat de basisschool het advies heeft afgegeven. Als leerlingen bij die toets hoger scoren dan het advies, moeten de basisscholen het advies heroverwegen. Dat betekent niet: verplicht zijn tot wijziging van het advies. Het basisschooladvies is ook bindend geworden; de middelbare school moet dit opvolgen. Extra testen is uit den boze. Dit roept belangrijke vragen op: uit welke bouwstenen is dit advies opgebouwd en zijn deze wel adequaat? En is het bindend karakter goed of maakt dit leidende advies het proces lijdend voor leerling, ouder, basis- en middelbare school?

Bouwstenen advies
Elke basisschool geeft op basis van de leerresultaten en andere gegevens van leerlingen, zoals motivatie en werkhouding, zijn advies voor het type middelbare school. De basisschool onderbouwt dit advies met de resultaten van de leerling, op het gebied van rekenen, taal en wereldoriëntatie die verzameld zijn gedurende acht jaar basisonderwijs. Deze resultaten zijn vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Dit is een langdurig en zorgvuldig proces, waarbij de leerling lang is gevolgd. Dit in tegenstelling tot een advies op basis van één meetmoment, zoals de voor veel leerlingen spannende eindtoets toch is. Ik vind deze bouwstenen een stuk beter en vollediger dan enkel een advies op basis van het resultaat van een eindtoets. De eindtoets, zoals Cito of IEP, speelt zoals aangegeven immers sinds dit jaar geen directe rol meer in het advies. De leerlingen maken later in het schooljaar de eindtoets en alleen als de uitslag van de eindtoets hoger is dan het advies, moeten basisscholen het advies heroverwegen. De basisschool beslist dan of het advies wordt bijgesteld of niet. De middelbare school mag, ook bij twijfel geen aanvullende testen doen om de leerling op een andere afdeling te plaatsen. Vooral dat laatste zorgt wel voor spanning, want welke effecten heeft de nieuwe wet op het geven van een juist advies?

Effect van het nieuwe wettelijk kader
Het adviseren door basisscholen is een jarenlange praktijk. Over de kwaliteit van het advies is regelmatig gepubliceerd. Er is altijd een afwijking tussen de eindtoets en het (voorlopig) basisschooladvies. In 2014 stelde de onderwijsinspectie vast, dat de basisschooladviezen in 25% van de gevallen hoger zijn dan de scores op de eindtoets. Ook was er een percentage lagere adviezen (11%) dan verwacht mag worden op basis van de eindtoets. Er is dus geen een-op-een match, dit laat zien dat de eindtoets een momentopname is. Een belangrijk argument voor het basisonderwijs om te pleiten voor een andere status van hun advies.
Uitgaande van de kwaliteit van het basisschooladvies was het percentage bijgestelde adviezen na de eindtoetsen onverwacht groot. In sommige regio’s is 8% van de adviezen naar boven bijgesteld. De mogelijkheid tot heroverwegen heeft ook geleid tot druk van ouders om het advies bij te stellen. In de Kamerbrief van staatssecretaris Dekker van begin december zijn de gegevens opgenomen van het afgelopen schooljaar. Wat blijkt? Landelijk gezien werd 4% van de schooladviezen bijgesteld, dat komt neer op 6.200 leerlingen. Opvallend was ook dat 21% van de leerlingen een hele schoolsoort lager scoorden op de eindtoets in vergelijking met het basisschooladvies.

Zorgen over leerlingen
Met dit soort gegevens vind ik het niet vreemd dat veel middelbare scholen zich zorgen maken over het niveau van de leerlingen, aangezien de adviezen van de leerlingen met een lagere score niet bijgesteld mogen worden en er veel afstroom voorkomt in de brugklas. Heel onprettig en onbevredigend voor zowel leerling, docent als school. Een goede onderbouwing en heldere kaders voor het vaststellen van het basisschooladvies zijn cruciaal voor de ontvangende middelbare scholen, zo weten ze waar de scholen hun advies op gebaseerd hebben en waarom ze het advies niet hebben bijgesteld.

Regionale afspraken
Als bestuurder van de Cedergroep heb ik te maken met drie regio’s, waarin organisatorische en inhoudelijke afspraken gemaakt worden voor de overstap van leerlingen naar een middelbare school. Deze afspraken vormen de randvoorwaarden om de overstap goed te laten verlopen. Door de wetswijziging waren nieuwe afspraken nodig en in de meeste regio’s is geëvalueerd of de afspraken nagekomen zijn. Uiteindelijk zijn alle afspraken erop gericht om de leerling op het juiste niveau te plaatsen. Ik wil heel graag weten of dit ook gewerkt heeft voor de leerlingen en voor de scholen. Op dit moment zijn er vooral beelden over wat ‘goed’ en minder goed gaat. Het moet beter onderzocht worden om toekomstige besluiten onderbouwd te kunnen nemen. Ik vind het belangrijk, dat er binnen een regio goed gemonitord wordt wat het effect is van de gemaakte afspraken. Een advies is één, maar het gaat er natuurlijk om hoe het daarna is gegaan met de leerling. Hoe verloopt zijn of haar schoolloopbaan? Wat is dus de voorspellende waarde van het basisschooladvies? En wat doen de middelbare scholen om de verbinding tussen groep acht en de brugklas goed te laten verlopen?

Samenwerken voorkomt lijdensweg
Ik merk ook, dat naast papier en longitudinaal wetenschappelijk onderzoek ook de ontmoeting van basisscholen en middelbare scholen rond leerlingen van belang is. Waar de lijnen kort zijn en sprake is van een warme overdracht om alle gegevens te duiden, stijgt de kans op succes voor de leerling. Ten slotte zal in iedere regio een goede verbinding gemaakt moeten worden naar passend onderwijs. Lukt het ons om de leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben te plaatsen op een passende school. Wat is daarvoor nodig? Deze afspraken moeten integraal onderdeel worden van de overstap, maar daarvoor is nog een weg te gaan. Ik vind dit absoluut geen lijdensweg, de wet brengt de twee werelden ‘basis’ en ‘middelbaar’ juist samen. Er is nu al meer wederzijds overleg als vroeger, waardoor er meer kennis en ervaring komt in het hele onderwijsveld en we dus gaan voor die prettige schoolloopbaan, passend bij elke leerling.