Regio Amstelland: van acceptatie tot heroverweging en teleurstelling na wetswijziging basisschooladvies

Regio Amstelland: van acceptatie tot heroverweging en teleurstelling na wetswijziging basisschooladvies 16 december 2015

Wij spraken voor deze nieuwsbrief over het basisschooladvies en de kwaliteit hiervan met Bob Bijleveld, projectleider kernprocedure regio Amstelland. Wij vroegen hem naar de ervaringen die zijn opgedaan in die regio als we kijken naar het nieuwe wettelijke kader, de communicatie over het advies en (de impact van) de heroverwegingen. Bob Bijleveld: “Zoals u wellicht wel heeft gemerkt, was er een groep ouders teleurgesteld over het oorspronkelijke advies. Een grote groep ouders accepteerde het advies echter meteen, ook als de eindtoets later toch indicatie gaf voor een vervolg op een hoger niveau. De middelbare scholen waren overigens op hun beurt verbaasd over het -in hun ogen- behoorlijk aantal aanpassingen van de eerder gegeven adviezen door de basisscholen.”

Bob, kunt u eerst vertellen hoe regio Amstelland te werk ging?
Bob Bijleveld: “De Wet Eindtoetsing PO is meteen vanaf het begin nadrukkelijk gecommuniceerd met de directeuren en intern begeleiders van de basisscholen. Handige websites met praktische informaties zijn daarbij gedeeld. De leerkrachten van groep acht hebben tijdens de bespreking van de resultaten van de entreetoets en op de eerdere informatieavonden over de overgang naar de middelbare school op hun beurt ouders hierover uitvoerig geïnformeerd. Daarbij hebben de middelbare scholen tijdens de ‘open huizen’ ook ouders van de nieuwe regelgeving op de hoogte gesteld.”

Wat is goed gegaan en wat kan er nog beter op de basisscholen?
“De gerichte aandacht voor de resultaten van het leerlingvolgsysteem (lvs) was en is voor leerkrachten en ouders nog nadrukkelijker geworden. Bijna alle adviezen zijn mede gebaseerd op de (in het lvs) zichtbare ontwikkeling van de leerling. Daarbij konden de leerkrachten in hun advies ook allerlei persoonskenmerken meenemen die van belang zijn voor een succesvolle schoolloopbaan. Ik vind dit een goede ontwikkeling, het advies is op meerdere elementen over een lange periode gestoeld. Enkele scholen hebben nadrukkelijk bij ouders vooraf aangegeven dat een hogere score op de eindtoets niet leidt tot een hoger advies; het lvs is leidend voor het advies. Met name op deze scholen bleef het later ‘rustig’. Wat op basisscholen nog beter kan, is dat basisscholen hun adviesprocedures aanscherpen en dit vroegtijdig met ouders communiceren. Hoe zien zij de verhouding tussen eindtoets en het advies? Een goede procedure geeft leerlingen en ouders duidelijkheid over hoe de school omgaat met een hogere score op de eindtoets in relatie tot het eerder gegeven advies. Idealiter zou het advies van de school voor ouders en kind geen verrassing moeten zijn, waardoor aanpassing van het advies voor ouders geen issue is. De praktijk wijst echter uit dat de verwachtingen soms uiteenlopen. Basisscholen kunnen zich afvragen of ze zelf tijdig genoeg leerontwikkelingen, kansen en verwachte schoolniveau per leerling moeten communiceren met ouders bij rapport- of informatieavonden.”

Hoe hebben de middelbare scholen gereageerd op de adviezen?
“In regio Amstelland is er op twee woensdagmiddagen een warme overdracht, waarin de leerkracht het advies mondeling kan toelichten en/of aanvullen. In dit gesprek kan het voortgezet onderwijs ook al of niet ‘verwondering’ aangeven over het afgegeven advies. Door de intensieve contacten tussen het primair en voortgezet onderwijs leidt het advies in de meeste gevallen niet tot grote verbazing of ergernis. Ik vermoed dat de middelbare scholen, op basis van schoolloopbaangegevens van eerdere instroom van leerlingen, goed weten bij welke basisscholen ze iets alerter moeten zijn op de hoogte van het advies.”

En toen kwamen de heroverwegingen…
“Zowel bij de basis- als middelbare scholen was er wel verbazing over het aantal aangepaste adviezen, dat overigens nog ruim onder het landelijk gemiddelde lag. Het leidde meteen tot vragen vanuit het voortgezet onderwijs waarom de basisscholen het advies hebben aangepast nu ze eindelijk het leerlingvolgsysteem als leidend kunnen beschouwen. Ook de gemeente Amstelveen bemoeide zich ermee, omdat teleurgestelde ouders de politiek gingen opzoeken om plek voor hun kind(eren) in een hogere schoolsoort te garanderen. De gezamenlijke middelbare scholen in deze regio hebben in onderling overleg tenslotte gelukkig bijna alle leerlingen in de gewenste schoolsoort geplaatst. Een complicerende factor is dat er in deze regio nauwelijks ruimte is om de aangepaste adviezen te honoreren door de leerling in een hogere schoolrichting te plaatsen; er zijn namelijk niet altijd voldoende plekken.”

Tot slot: heeft deze manier van werken nieuwe knelpunten opgeleverd?
“Dat heeft het zeker. Allereerst valt niet geheel in te schatten hoeveel adviezen dit schooljaar worden opgehoogd. Daarbij heerst de onzekerheid of de betreffende leerlingen ook op de gewenste school of schoolsoort geplaatst kunnen worden. Het voortgezet onderwijs ziet ook geen kans om vooraf plekken te reserveren voor de aangepaste adviezen, omdat er nu al ‘ruimtegebrek’ is. In het primair onderwijs bemerk ik hier en daar de roep om een brede brugperiode in te bouwen om vanuit het voortgezet onderwijs te bepalen welke richting het meest geschikt is voor het kind. De Cito-eindtoets geeft in de uitslag de bandbreedtes voor de schoolsoort aan. Met die kennis komen ouders later bij basisscholen aan om eventueel het advies aan te passen. Het gevolg is dat enkele leerkrachten ook weer om bandbreedtes vragen, terwijl juist al de gehele ontwikkeling van het kind meeweegt in het schooladvies. Kortom we zijn er nog niet, en we moeten goede afspraken blijven maken om de adviesprocedures in gezamenlijkheid aan te scherpen.”