Van de voorzitter

Van de voorzitter 2 november 2016

‘De kwaliteit van de docent is cruciaal voor goed onderwijs’

Over onderwijs heeft iedereen een mening, want iedereen geniet of heeft onderwijs genoten. Ook ik herinner me feilloos welke docent een belangrijke bijdrage gehad heeft in mijn levensloop én zeer waarschijnlijk is de betreffende docent zich daarvan niet bewust. In ieder geval is de kwaliteit van de docent doorslaggevend voor goed onderwijs. In deze nieuwsbrief staat de docent terecht centraal.

McKinsey-rapport
In 2010 verscheen een voor mij inspirerend rapport over het onderwijs, met als titel ‘How the world’s most improved school systems keep getting better’ (M. Mourshed e.a.). In dit onderzoek ging men na hoe onderwijsverbetering tot stand komt. Ik beperk me tot een aantal aspecten uit dit onderzoek die aansluiten bij de opdracht van het Nederlandse onderwijs.

Ons onderwijs is in beginsel goed; wij scoren internationaal prima, al kunnen wij niet tippen aan bijvoorbeeld het onderwijsniveau in Finland en Singapore. Dit roept de vraag op hoe ons onderwijs (nog) beter kan worden. Het bijzondere van dit rapport zijn de concrete aanwijzingen om ons onderwijs te verbeteren en die in beginsel geen extra geld kosten.

Docentkwaliteit cruciaal, maar niet voldoende
Wat zijn die aspecten? Het zal de lezer niet verbazen: de kwaliteit van de docent bepaalt de opbrengst van het onderwijs. Het is dus zaak om de beste docenten voor de klas te krijgen! Dit is echter niet voldoende. Uit het rapport van McKinsey blijkt dat het vakmanschap van de docent voortdurend versterkt moet worden. Hoe? Het advies is dat docenten samen lessen voorbereiden en elkaars lessen bijwonen. Deze manier van werken - het leren van en met elkaar - is de essentie van professionalisering. Onze docenten doen dat dagelijks, zoals ook in deze nieuwsbrief te lezen is.

Wat is de meerwaarde van de schoolleider?
Daarnaast is ook de rol van de schoolleider van essentieel belang. Om onderwijskwaliteit te versterken zijn schoolleiders nodig die zich intensief bezighouden met het versterken van de kwaliteit van docenten. Die tijd vrijmaken om resultaten te analyseren ter verbetering van het onderwijs. Die docenten ondersteunen en hen coachen. Die een cultuur van ‘van en met elkaar-leren’ creëren. Schoolleiders, die zelf ook gericht zijn op deze manier van leren en dus bijvoorbeeld actief zijn in leernetwerken.

Wat betekent dit voor de Cedergroep?
Als bestuurder van de Cedergroep neem ik dit soort aanbevelingen serieus. Dit betekent dat ik samen met de rectoren nog meer werk wil maken om een lerende cultuur op onze scholen te stimuleren. Professionalisering van docenten staat hoog op de agenda, zoals onder meer blijkt uit de start van de Cederacademie en het ontwikkelen van de Cederopleidingsschool. Het McKinsey-rapport laat zien dat professionalisering dichter op de werkvloer georganiseerd kan en moet worden. Een goed voorbeeld daarvan is het Universalis-project op het HLZ.

Wij gaan in dialoog met onze docenten op zoek naar professionaliseringsvormen die docenten uitdagen om onderwijs als een gezamenlijke opdracht te zien. In ons nieuwe koersplan is een belangrijke ambitie om dit handen en voeten te geven.
Als bestuurder heb ik een voorbeeldfunctie. Ik zie de samenwerking met de rectoren en schoolleiders als een belangrijk leernetwerk; wij willen laten zien, dat leren van en met elkaar ertoe doet. Zelf participeer ik in enkele externe netwerken met bestuurders om actief te blijven leren en ik stimuleer de rectoren in deze. Ook heb ik een faciliterende rol bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van de Cederopleidingsschool, de Cederacademie en bijvoorbeeld in de dialoog met de opleidingsinstituten. Samen met anderen heb ik de opdracht om het docentschap en werken in het onderwijs aantrekkelijk te maken voor de meest talentvolle jongeren. Een uitdaging, waaraan ik graag een bijdrage blijf leveren.