Veranderingen in het passend onderwijs

Veranderingen in het passend onderwijs 19 januari 2017

‘Je sluit zo’n leerling in je hart’

Sinds twee jaar bestaat de Wet op Passend Onderwijs. Leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, moeten zo veel mogelijk binnen het regulier onderwijs worden opgevangen. Dat vraagt nogal wat van een zorgteam, docenten, leerlingen én ouders. Hoe kijkt Erna ten Oever, zorgcoördinator en docent Nederlands op de CSB er na twee jaar tegenaan? Erna: ‘De wet was eigenlijk een bezuinigingsmaatregel. We moeten nu met minder middelen, meer bereiken.’

Sinds de invoering van deze wet zijn scholen door de overheid opgedeeld in verschillende samenwerkingsverbanden met betrekking tot Passend Onderwijs. Het HWC en het VLC van de Cedergroep vallen onder andere verbanden dan de Amsterdamse scholen HLW, HLZ en de CSB. Het Amsterdamse samenwerkingsverband heeft ervoor gekozen om een aantal tussenvoorzieningen, zoals Transferium en School2Care, in stand te houden. Ook is er in Amsterdam nog een aantal scholen voor speciaal onderwijs. “Elk samenwerkingsverband verdeelt zijn eigen gelden onder de besturen en die verdelen het onder de scholen,” legt Erna uit, “scholen kunnen nu zelf bepalen hoe deze in te zetten en voor wie.”

Ambulante begeleiding
Waar heeft de CSB voor gekozen? “Anderhalve dag in de week hebben we op de CSB een begeleider Passend Onderwijs en een dag per week een leerlingcoach”, vertelt Erna. Het is volgens haar met deze bezetting hard werken om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, ook die begeleiding te kunnen bieden. Hun taken zien er met deze wet ook anders uit dan voorheen. Zij zijn nu meer in de klas aanwezig en observeren de leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Erna: “Op basis daarvan schrijf ik als zorgcoördinator, in samenwerking met de begeleider Passend Onderwijs (BPO), de leerlingcoach en mentor, een ontwikkelingsperspectief (OPP). Dit OPP wordt gedragen door de mentor, docenten, de leerling zelf en de ouders. De rol van ouders wordt steeds belangrijker. Thuis moeten zij de basis creëren voor rust voor huiswerk en structuur. Het is belangrijk dat zij weten wat er van hen verwacht wordt en vice versa. We moeten het echt samen doen.”

Met de invoering van de wet zijn ook de taken van de mentor veranderd: het bijhouden van en het registreren in het leerlingvolgsysteem, afstemmen en overleggen met collega’s, het individueel begeleiden van leerlingen en het wekelijks contact onderhouden met ouders. Daarnaast overleggen mentoren met de begeleiders en volgen zij scholing. “Dat allemaal naast het lesgeven. Je kunt je voorstellen hoe intensief dat voor een mentor of docent is,” aldus Erna.

Vuur uit de sloffen
Gelukkig ervaren de docenten de ondersteuning van het Zorg Advies Team (ZAT) van de CSB – dat naast de begeleider passend onderwijs en de leerlingcoach bestaat uit een ouder- en kindadviseur van de gemeente, een schoolarts, verpleegkundige, leerplichtambtenaar en natuurlijk de zorgcoördinator – vaak als heel waardevol. “De leerlingenpopulatie op de CSB is een echte afspiegeling van de Amsterdamse maatschappij. We zijn een typisch Amsterdamse school en daar zijn we trots op. We zijn een kleine school en hebben een heel betrokken team. Van conciërge tot rector: iedereen is betrokken bij de leerlingen.
Docenten komen veel bij elkaar in de klas en iedereen zet zich maximaal in om onze leerlingen optimaal te begeleiden. Het is wel eens frustrerend dat we door de Onderwijsinspectie alleen worden afgerekend op cijfers en eindresultaten. Wij zijn trots op onze eindresultaten, maar het is jammer dat er weinig op procesniveau wordt beoordeeld. We hebben ook een groep leerlingen die met een minimaal advies of Cito-score toch bij ons een diploma haalt. Dit vergt veel inspanning van iedereen. Mijn collega-docenten, het ondersteunend personeel en begeleiders lopen echt allemaal het vuur uit de sloffen.”

Focus Time
De leerlingen van de CSB komen uit alle delen van Amsterdam, maar ook uit Amstelveen, Abcoude en Ouderkerk aan de Amstel. Hierdoor zijn de achtergronden divers. “Een groep kinderen heeft ons extra hard nodig, omdat ze vaak veel zelf moeten doen omdat ze uit eenoudergezinnen komen, een taalachterstand hebben of thuis over weinig financiële middelen beschikken”, legt Erna uit.

Voor deze leerlingen met een zogenaamde ‘ondersteuningsbehoefte’ is er op de CSB Focus Time. Eén keer in de week worden zij begeleid door de leerlingcoach of begeleider Passend Onderwijs, die samen tweeëneenhalve dag per week aanwezig zijn. Daar krijgen zij hulp bij het plannen en organiseren van hun werk, of op sociaal-emotioneel gebied, maar zij worden vooral begeleid om uiteindelijk zelfstandig te kunnen werken. “We hebben begrip voor alle leerlingen die behoefte hebben aan ondersteuning, maar we stellen ook eisen aan ze. Als je te laat begint aan je proefwerk, heeft iedereen, of je nu wel of geen ADHD hebt, een probleem. Onze insteek is dat we leerlingen voorbereiden op de volgende stap: het zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Het is echt een proces naar volwassen worden: daar ondersteunen wij hen bij”, vertelt Erna.

“Het is een ambitieus plan van de overheid, hoor, opvang binnen het regulier onderwijs. We doen er alles aan om dat zo goed mogelijk handen en voeten te geven, maar soms groeit het ons ook boven het hoofd”, aldus Erna, “een valkuil is dat we dan te lang een leerling binnenboord willen houden, alles eruit willen halen. We geloven in het kind en zijn mogelijkheden. Pas als het echt niet gaat, verwijzen we door naar bijvoorbeeld het speciaal onderwijs. Je sluit zo’n leerling toch in je hart…”