‘Elke leerling moet de kans krijgen om te rijpen’

‘Elke leerling moet de kans krijgen om te rijpen’ 18 mei 2017

De meeste leerlingen krijgen vanuit de basisschool een enkel advies en worden in een zogenaamde ‘homogene’ brugklas geplaatst. Maar sommige leerlingen krijgen een dubbel advies en komen terecht in een ‘heterogene’ brugklas. In de Cedergroep richt elke school deze klassen anders in. Aanleiding voor alle teamleiders onderbouw om hierover in gesprek te gaan. Afdelingsleider leerjaar 1 en 2 Lynn Buikema (HLZ) en teamleider alle brugklassen Nellemie Schalken (HLW) over wat hen dat opleverde.

Waarom vonden jullie dit overleg zo belangrijk?
Lynn: “Sinds een aantal jaar is het basisschooladvies leidend voor de plaatsing van leerlingen. Dat is wel een verandering voor ons geweest. We waren benieuwd hoe andere Cederscholen hiermee omgingen.”
Nellemie: “Onze zorg was dat er in de bovenbouw te veel leerlingen bleven zitten. Een groot gedeelte van de leerlingen kampte daar met motivatieproblemen. Vraag is dan of de leerlingen wel op de juiste plek zitten. Zijn ze goed gedetermineerd in de onderbouw? Dat was voor mij de aanleiding om hierover een overleg te organiseren met alle teamleiders van de Cedergroep.”

Hoe gaan jullie om met de dubbele adviezen?
Lynn: “Wij hebben een zogenaamde ‘opstroomklas’ voor leerlingen met een havo-/vwo-advies. Zij krijgen vanaf het begin van het jaar op het hoogste niveau les. Dat verloopt redelijk, maar punt van zorg is hoe je de leerlingen die het niet gaan redden, gemotiveerd houdt. Bovendien is het verschil in deze heterogene brugklassen vaak groot: van lage havo- tot hoge vwo-scores. Het lesniveau komt dan ergens in het midden uit en dat maakt het lastig om goed te determineren. In 2 vwo (of hoger) lopen leerlingen alsnog vast.”
Nellemie: “In onze gemengde brugklassen starten we het jaar op het ‘normniveau’, dat wil zeggen op het laagste niveau. Binnen het jaar willen we de leerlingen op het hoogste niveau krijgen. We noemen dat ‘de weg van geleidelijkheid’. We zien dat veel leerlingen gemotiveerd zijn als een hoger niveau in het verschiet ligt. We differentiëren zo snel mogelijk in de klas, we dagen uitblinkers uit met bijvoorbeeld extra stof, maar we kijken altijd naar welk niveau het beste bij het kind past. Ook in het tweede jaar hebben we nog gemengde klassen. Vaak maken we zo’n indeling vanuit organisatorische overwegingen, maar we zien ook dat leerlingen zich optrekken aan het hoogste niveau.”

Dat klinkt inderdaad als een verschillende aanpak. Wat leverde het overleg jullie op?
Nellemie: “Ik wist niet dat er zulke verschillen waren. Het stelde me ook wel gerust: onze aanpak werkt best goed. Dat betekende echter niet dat wij niets te leren hadden. We kregen bijvoorbeeld het advies ons nog sterker te richten op de kinderen die het hogere niveau niet gaan halen. Daar zijn we ons nu bewuster van, gaan we nauwkeuriger mee om. De bovenbouwmentoren hebben een uur mentorles gekregen, waardoor we de leerlingen intensiever kunnen begeleiden. Ook de ondersteuning in de onderbouw is uitgebreid, zo kunnen we ook de zwakkere groep nog beter in het oog houden.”
Lynn: “Wij kregen het advies om leerlingen beter gemotiveerd te houden door voor beide niveaus cijfers op het rapport te zetten. Het VeenLanden College doet dat al jaren, van hun ervaring kunnen wij weer leren.”

Klinkt als waardevol. Hoe nu verder?
Lynn: “We zijn nog maar net gestart met dit overleg, maar het smaakt naar meer. Misschien is het in de toekomst mogelijk om bijvoorbeeld leerlingen onderling uit te wisselen, zodat je elk kind de beste plek kunt bieden. En wellicht kunnen we in de toekomst gezamenlijk beleid maken omtrent de gemengde adviezen en hoe daarmee om te gaan. Die intentie hebben we in elk geval wel.”
Nellemie: “De CSB gaat nu bijvoorbeeld werken met een verlengde brugperiode van drie jaar. Ben benieuwd naar hun ervaringen. Daar plukken wij weer de vruchten van. Mijn persoonlijke wens voor de toekomst is dat basisscholen alle leerlingen een gemengd advies geven. Op de middelbare school moet een leerling de kans krijgen om te rijpen. Dan pas geef je elke leerling een gelijke kans.”