Van de voorzitter: onderwijskwaliteit is meer dan kwantitatieve data

4 juni 2015

Misschien bent u niet zo’n beleidstijger, maar wist u dat als het gaat om onderwijskwaliteit het beleid vaak leidend is? Het beleid geeft de richting aan, het laat vooral zien wat wij als scholen(groep) bovenop het wettelijke minimum willen. Willen we vooral leerlingen stimuleren om boven het basisschooladvies te presteren of veel ruimte geven aan de brede ontwikkeling? Er zijn scholen die kiezen voor gepersonaliseerd leren. Het onderwijs volgt dan de persoonlijke ontwikkeling van een leerling. Waar kiezen de Cedergroep-scholen voor?

Weten is meten
Elke middelbare school wil weten of de gestelde onderwijskwaliteitsdoelen bereikt worden. Ook wil een school dit laten zien, bijvoorbeeld aan de ouders. In deze tijd wordt kwaliteit vaak vertaald naar het aantoonbaar maken hiervan met ‘harde cijfers’. Het is relatief eenvoudig om aan te tonen, dat een leerling op tijd en op een bepaald niveau een diploma behaalt. Deze kwantitatieve gegevens spelen terecht een belangrijke rol in het bepalen van de onderwijskwaliteit van een school. Een school met doelstellingen op het gebied van de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen wil stiekem natuurlijk ook laten zien dat deze doelstellingen bereikt worden. Deze school zal op zoek gaan naar andere instrumenten zoals enquêtes, (groeps)gesprekken en een individueel portfolio. Deze meer kwalitatieve gegevens bieden een belangrijke aanvulling. Je kunt de (talent)ontwikkeling van een leerling in kaart brengen of laten zien hoe leerlingen de lessen ervaren.

Kwaliteitszorg
Van een school wordt verwacht dat er op een systematische manier gewerkt wordt aan kwaliteit. Dit vraagt het volgen van een PDCA-cyclus (plan-do-check-act), waarbij de uitvoering van alle plannen stapsgewijs en systematisch gevolgd wordt. Deze cyclus vindt plaats op verschillende niveaus. Er is een verbinding tussen de cyclus op schoolniveau, team- en sectieniveau en op het niveau van de individuele docent. Kwaliteitszorg is in de kern instrumenteel. De inhoud, eigenlijk wat je wilt weten, wordt door de school bepaald.

De kern van het onderwijs
De kern van het onderwijs wordt gevormd door de relatie tussen de docent en de leerling. Om onderwijsdoelen te realiseren is de interactie tussen docent en leerling cruciaal. Er wordt niet voor niets onderscheid gemaakt tussen onderwijzen en leren. Bij het leren heeft de leerling een persoonlijke en cruciale inbreng in het leerproces. Onderwijzen bevat ook een pedagogische component, waarin de persoonsvorming van de leerling centraal staat. Volgens de filosoof/pedagoog Biesta vraagt de pedagogische relatie tussen docent en leerling in de kern om het nemen van risico’s door docenten en het afwijken van gebaande wegen. Als we Biesta volgen, moeten we vertrouwen hebben in de docent en hem of haar ruimte geven. Dit staat haaks op maakbaarheid en voorspelbare resultaten, die het opbrengstgericht werken typeert. Biesta is dan ook een tegenstander van evidence-basedwerken in het onderwijs. Onderwijzen is risico’s nemen en staat haaks op voorspelbaarheid. Hoe zit dat binnen de Cedergroep?

Onderwijskwaliteit en Cedergroep
Op de scholen binnen de Cedergroep hechten we wel waarde aan het kwalificerende aspect van het onderwijs, maar minstens net zo belangrijk is de maatschappelijke en persoonlijke ontwikkeling van onze leerlingen. De relatie tussen docent en leerling is daarbij cruciaal. Dit vraagt vertrouwen in de professionaliteit van de docent, die professionele ruimte verbindt met verantwoording nemen. Vanzelfsprekend willen wij toch ook weten of onze doelstellingen ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Elke school laat daarom de opbrengsten zien via de ‘Vensters voortgezet onderwijs’.  Binnen de Cedergroep vindt daarnaast collegiale visitatie plaats. De opbrengsten van ons onderwijs worden op verschillende niveaus besproken, tussen bestuurder en rectoren, tussen schoolleiders en teamleiders/sectieleiders en tussen teamleiders en teamleden. De afgelopen jaren hebben wij gemerkt, dat het standaardiseren van werkwijzen op het gebied van de kwaliteitszorg het collegiale gesprek over kwaliteit vereenvoudigt én aanscherpt. Het komende schooljaar maken we afspraken over de inrichting van de kwaliteitscyclus, hoe bespreek je bijvoorbeeld op een goede manier de examenresultaten met leerlingen? Een speciale werkgroep is druk bezig met dit soort zaken rondom de inrichting van de kwaliteitscyclus.

Toekomstplannen
Voor de toekomst wil de Cedergroep op zoek gaan naar andere werkwijzen, die ons ondersteunen bij het versterken van de kwaliteit. Vooral ook op het gebied van de interactie tussen docent en leerlingen én zaken die ons zicht geven op de brede ontwikkeling van onze leerlingen. Een goed voorbeeld is het afnemen van leerling-enquêtes om de tevredenheid te meten. Dat doen we natuurlijk al, maar we hebben nog niet op elke school leerlingpanels. Een goede balans tussen vertrouwen en monitoring is daarbij cruciaal. Als we kijken naar welke richting wij op willen, gaan onze scholen voor gepersonaliseerd leren. Ontwikkelingen op het gebied van ICT worden op dit moment de school ingebracht om het gepersonaliseerd leren mogelijk te maken. Onder meer op het HLZ en de CSB. Maar hoe meet je dan de kwaliteit van het gepersonaliseerd onderwijs? Daar zijn we mee bezig. Natuurlijk heeft elke school zijn eigen accent, zo zet het HLW sterk in op het op een hoger niveau eindigen van een leerling waarop hij of zij binnenkwam. De CSB gaat voor ondernemend leren; geprikkeld worden met levensechte vraagstukken die aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen. Maar ook nieuwe ontwikkelingen zoals een 3D-printer in de klas inzetten, daar draait het dan om. Eigenlijk hele concrete resultaten van onderwijskwaliteitsbeleid.