Van de voorzitter: teleurstelling bij uitkomst matching

30 juni 2015

In mijn column in februari heb ik het nieuwe matchingsysteem als spannend omschreven. Spannend om te zien of de wetenschappelijke verwachting (P. Gaultier et al), waarbij meer leerlingen op één van hun voorkeursscholen geplaatst zou worden, ook zo zou uitpakken. We wilden immers niet meer dat er zoveel kinderen (10%), soms wel in twee rondes, werden uitgeloot met als gevolg dat zij geen plek kregen op een school waar ze ook naar toe wilden. Ook wilden we dat ouders en leerlingen hun echte voorkeuren zouden opgeven en niet zoals bij de loting strategisch zouden kiezen in de hoop in de eerste ronde ergens binnen te komen. Zowel ouders, de politiek als de schoolbesturen wilden daarom overgaan naar dit nieuw matchingsysteem. De uitkomst is er nu en er was op zijn zachtst gezegd veel publiek debat. Hoe kijk ik daar naar en hoe pakte het voor onze nieuwe brugklasleerlingen uit?

De uitkomst van de matching voldeed technisch gezien aan de verwachting. Ruim 7.500 leerlingen zijn begin juni gematcht, waarvan 95% binnen de top 3 en 99% binnen de top 5. Hoewel de verwachtingen waargemaakt zijn, zijn er logisch ouders die niet tevreden zijn. Zij geven aan dat minder leerlingen nu op de 1e voorkeursplek zijn gekomen in vergelijking met de loting. Dit klopt uiteraard en lag ook in de lijn der verwachting. Het systeem zou immers zorgen voor het tegengaan van uitgelote leerlingen en zorgen dat leerlingen tenminste op één van hun voorkeursscholen zouden komen. Wat onderschat is, is de teleurstelling die dit teweeg brengt als een kind op plek 2 of 3 of lager zou komen en het uitleggen waarom dit complexe matchingsysteem voor alle Amsterdamse kinderen wel eerlijker is.

Ruilen
Het is voor ouders en basisscholen lastig te verteren als er in dezelfde groep 8 een leerling zit die ook niet op hun 1e voorkeursplek is gematcht, terwijl hij of zij juist liever naar die plek van zijn klasgenoot wilde. Ruilen lijkt dan een logisch idee, maar is het niet. Elke school heeft namelijk een reservelijst op basis van de matching. Elk kind wat niet op de eerste voorkeur is geplaatst, staat op de reservelijst. Het kan namelijk zijn dat een ander kind dat wel is gematcht, bijvoorbeeld onverwacht gaat verhuizen. Er komt dan een plek vrij, het volgende kind van de reservelijst kan dan worden geplaatst. Ruilen zou dit ondermijnen en dus een ander kind van een andere school duperen. Ook haalt het de transparantie en consistentie uit het systeem. Daarom kan de Cedergroep zich ook vinden in de uitspraak van de rechter die zich onder meer op deze argumenten beroept.

Publiek debat
Overigens is het ruilen en de ontevredenheid over de plek één voorbeeld van teleurstelling in het debat. Het publieke debat van leerlingen en ouders is echter een uiting van tegenslag van uiteenlopende aard. Zo zijn er ook 61 leerlingen, die op een school buiten de voorkeurslijst geplaatst zijn. Hoewel bekend was, dat er minder leerlingen op hun eerste voorkeur geplaatst worden, is het effect ervan bij leerlingen en ouders onderschat. De combinatie met een aantal knelpunten in de communicatie, bijvoorbeeld het feit dat de plaatsingsbrieven de leerlingen op verschillende momenten bereikten. Ook konden de basisscholen de ontbrekende informatie niet uit de systemen halen en versterkte de politieke reactie van de wethouder de heftigheid van de reacties richting de OSVO. Op dit moment werkt OSVO hard om bezwaarschriften van ouders te beoordelen en tot oplossingen te komen. Een uitgebreide evaluatie met alle belanghebbenden zal meer duidelijkheid geven over het vervolg van het matchingvraagstuk en de keuzes voor de komende jaren. En dat is hard nodig volgens de Cedergroep.

Cedergroep
De profilering van de Amsterdamse scholen binnen de Cedergroep maakt, dat wij wel tevreden zijn. Denk bijvoorbeeld aan de profilering van onder meer vwo-Universalis (HLZ), ondernemend leren van de CSB en het onderwijs van HLW, waarbij leerlingen extra lessen kunnen volgen en nog beter kunnen doorstromen. Het onderwijsaanbod sluit sterker aan bij de wensen van ouders. Onze scholen hebben nog beter zicht op de voorkeuren van ouders en kunnen hun onderwijsaanbod erop aansluiten. Onze scholen zijn in staat geweest dit veranderingsproces goed uit te voeren en ouders goed te informeren. Veel ouders hebben onze scholen als eerste voorkeur gegeven. Daar waar het niet zo is, wordt gekeken hoe dit komt en daar waar knelpunten zijn, wordt dit met ouders opgelost.

Bestuurlijk zal ik mij uiteraard met de volle 100% inzetten om het matchingproces goed te evalueren en een overwogen besluit te nemen over de toekomst. Daarnaast zullen de gezamenlijke schoolbesturen, binnen het Regionaal Plan Onderwijs (RPO) initiatieven moeten nemen voor nieuwe scholen, die nog beter aansluiten bij de voorkeuren van ouders. Dit is van groot belang. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat de schaarste op succesvolle scholen een gegeven zal blijven in Amsterdam. Immers is de vraag naar bepaalde scholen, niet het totaal (nu al dekkende) aanbod van alle scholen, de uitdaging van Amsterdam. De populariteit wisselt ook; er is dus niet altijd vooraf te voorzien waar de schaarste zal ontstaan. Er zal dus pijn blijven. Deze boodschap blijven uitdragen is mogelijk de belangrijkste bestuurlijke opdracht voor de toekomst.